Boekhoudtermen
Boekhouden zit vol vakjargon. We leggen 106+ veelgebruikte termen in gewone taal uit — van aangifte tot zzp.
Aanmaning
Een herinnering aan een klant die een factuur niet op tijd heeft betaald, vaak met een nieuwe betaaltermijn.
Aangifte
Een opgave aan de Belastingdienst, zoals de btw-aangifte, de aangifte inkomstenbelasting of de aangifte vennootschapsbelasting.
Aansprakelijkheid
De mate waarin je met je (privé)vermogen kunt worden aangesproken voor schulden van de onderneming; verschilt per rechtsvorm.
Activa
Alle bezittingen van een onderneming, zoals voorraad, apparatuur, debiteuren en het banksaldo. Staan op de linkerkant van de balans.
Afdracht
Het bedrag dat je aan de Belastingdienst betaalt, bijvoorbeeld de af te dragen btw of loonheffing.
Afdrachtvermindering
Een korting op af te dragen loonheffingen, bijvoorbeeld voor speur- en ontwikkelingswerk (WBSO).
Afschrijving
Het verdelen van de aanschafkosten van een investering over de jaren waarin je die gebruikt, zodat de kosten meelopen met het gebruik.
Aftrekposten
Kosten en regelingen die je belastbare winst of inkomen verlagen, zoals de zelfstandigenaftrek of bedrijfskosten.
Amortisatie
Afschrijving op immateriële vaste activa, zoals goodwill of een softwarelicentie.
Auditfile (XAF)
Een gestandaardiseerd exportbestand van je boekhouding dat de Belastingdienst of accountant kan inlezen voor controle.
Balans
Een momentopname van de bezittingen (activa) en de schulden plus het eigen vermogen (passiva) van je onderneming.
Balanstotaal
De optelsom van alle activa, die gelijk is aan de optelsom van alle passiva.
Bankkoppeling
Een automatische verbinding tussen je bankrekening en je boekhouding, zodat transacties automatisch worden ingelezen.
Bedrijfskosten
Zakelijke kosten die je maakt om omzet te genereren en die je van de winst mag aftrekken.
Beginbalans
De balans aan het begin van een boekjaar, gelijk aan de eindbalans van het vorige jaar.
Belastbaar inkomen
Het inkomen waarover je inkomstenbelasting betaalt, na aftrek van ondernemersaftrekken en andere posten.
Boekhouding
Het systematisch vastleggen van alle financiële feiten van een onderneming.
Boekjaar
De periode van twaalf maanden waarover je de jaarrekening opstelt; meestal gelijk aan het kalenderjaar.
Boekstuk
Het brondocument achter een boeking, zoals een factuur, bon of bankafschrift.
Brutowinst
De omzet minus de directe inkoop- of kostprijs, vóór aftrek van overige bedrijfskosten.
Btw (omzetbelasting)
Belasting over de toegevoegde waarde die je aan klanten in rekening brengt en afdraagt aan de Belastingdienst.
Btw-aangifte
De periodieke opgave waarin je de in rekening gebrachte btw verrekent met de betaalde btw (voorbelasting).
Btw-nummer
Het omzetbelastingnummer waarmee je onderneming bij de Belastingdienst bekend is en dat op facturen staat.
Creditfactuur
Een factuur met een negatief bedrag waarmee je een eerdere factuur geheel of gedeeltelijk terugdraait.
Crediteur
Een leverancier aan wie je nog geld moet betalen.
Crediteurenadministratie
Het overzicht en beheer van alle openstaande facturen die je nog aan leveranciers moet betalen.
Debet en credit
De twee zijden van elke boeking in het dubbel boekhouden; per boeking moet debet gelijk zijn aan credit.
Debiteur
Een klant die jou nog geld moet betalen.
Debiteurenadministratie
Het overzicht en beheer van alle openstaande facturen die klanten nog aan jou moeten betalen.
Deelneming
Een aandelenbelang dat een onderneming heeft in een andere onderneming.
DGA
Directeur-grootaandeelhouder: iemand die zowel bestuurder als (groot)aandeelhouder van een BV is.
Dubbel boekhouden
Het boekhoudsysteem waarbij elke transactie op twee rekeningen wordt geboekt (debet en credit).
Eenmanszaak
Een rechtsvorm zonder rechtspersoonlijkheid waarbij één ondernemer met privévermogen aansprakelijk is.
Egalisatiereserve
Een reserve om grote, onregelmatige kosten gelijkmatig over meerdere jaren te verdelen.
Eigen vermogen
Het verschil tussen bezittingen en schulden; het deel van de onderneming dat van de eigenaar(s) is.
Factuur
Een rekening voor geleverde goederen of diensten met wettelijk verplichte gegevens zoals btw, factuurnummer en datum.
Factuurnummer
Een uniek, doorlopend nummer dat elke factuur moet hebben volgens de wettelijke factuureisen.
Fiscale eenheid
Een groep vennootschappen die voor de btw of vennootschapsbelasting als één belastingplichtige worden gezien.
G-rekening
Een geblokkeerde rekening waarop een deel van een factuurbedrag wordt gestort om loonheffingen en btw veilig te stellen, vooral bij in- en uitlenen van personeel.
Grootboek
Het overzicht van alle rekeningen waarop boekingen worden vastgelegd, ingedeeld volgens het rekeningschema.
Grootboekrekening
Een afzonderlijke rekening in het grootboek, bijvoorbeeld 'Omzet', 'Bank' of 'Inkoop'.
Herinvesteringsreserve
Een reserve waarmee je belasting over de boekwinst op een verkocht bedrijfsmiddel kunt uitstellen door te herinvesteren.
Holding
Een vennootschap die aandelen houdt in een of meer werkmaatschappijen.
ICP-opgave
De opgave van intracommunautaire prestaties: leveringen en diensten aan ondernemers in andere EU-landen.
Immateriële vaste activa
Niet-tastbare bezittingen voor langdurig gebruik, zoals goodwill, octrooien of software.
Incasso
Het automatisch innen van een bedrag van de rekening van een klant op basis van een machtiging.
Inkomstenbelasting
Belasting die natuurlijke personen betalen over hun inkomen, waaronder de winst uit onderneming.
Investeringsaftrek
Een aftrekpost (zoals de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek, KIA) die investeringen in bedrijfsmiddelen fiscaal stimuleert.
Jaarrekening
Het financiële jaarverslag met onder meer de balans en de winst-en-verliesrekening.
Journaalpost
Eén boeking met een debet- en een creditkant waarmee een financieel feit wordt vastgelegd.
Kasstroom
Het saldo van inkomende en uitgaande geldstromen in een periode.
Kleineondernemersregeling (KOR)
Een regeling waarbij je onder een bepaalde omzetgrens geen btw hoeft te berekenen en af te dragen.
Kostprijs
De totale kosten om een product of dienst te maken of in te kopen.
Kruisposten
Een tussenrekening voor geld dat onderweg is tussen twee rekeningen, bijvoorbeeld van kas naar bank.
Liquide middelen
Direct beschikbaar geld, zoals het saldo op de bank- en kasrekening.
Liquiditeit
De mate waarin een onderneming op korte termijn aan haar betalingsverplichtingen kan voldoen.
Liquiditeitsbegroting
Een prognose van de verwachte inkomsten en uitgaven om te bewaken of er voldoende geld beschikbaar blijft.
Loonheffing
De verzamelnaam voor loonbelasting en premies die de werkgever inhoudt op het loon en afdraagt.
Margeregeling
Een btw-regeling waarbij je btw berekent over je winstmarge in plaats van over de volledige verkoopprijs, vooral bij gebruikte goederen.
Materiële vaste activa
Tastbare bezittingen voor langdurig gebruik, zoals machines, inventaris en bedrijfspanden.
Meewerkaftrek
Een aftrekpost voor ondernemers van wie de partner meewerkt in de onderneming zonder marktconforme vergoeding.
Mkb-winstvrijstelling
Een vrijstelling die een vast percentage van de winst onbelast laat voor ondernemers in de inkomstenbelasting.
Naheffing
Een extra aanslag van de Belastingdienst als je te weinig belasting hebt aangegeven of betaald.
Nettowinst
De winst die overblijft nadat alle kosten, afschrijvingen en belastingen van de omzet zijn afgetrokken.
Nulaangifte
Een btw-aangifte waarin je over de periode niets aan te geven hebt, maar die je toch moet indienen.
Omzet
De totale waarde van je verkopen in een periode, exclusief btw.
Onderhanden werk
Lopende projecten of opdrachten die nog niet zijn afgerond en gefactureerd, gewaardeerd op de balans.
Ondernemersaftrek
Het geheel van aftrekposten voor ondernemers, zoals de zelfstandigenaftrek, startersaftrek en meewerkaftrek.
Openstaande posten
Facturen die nog niet zijn betaald, zowel bij debiteuren als bij crediteuren.
Passiva
De schulden en het eigen vermogen van een onderneming; de financieringskant (rechterkant) van de balans.
Peppol
Een internationaal netwerk voor het veilig en gestandaardiseerd versturen van elektronische facturen (e-facturen).
Privéonttrekking
Geld of goederen die de ondernemer voor privégebruik aan de onderneming onttrekt.
Privéstorting
Geld dat de ondernemer vanuit privé in de onderneming inbrengt.
Proef- en saldibalans
Een tussentijds overzicht van alle grootboekrekeningen met hun saldi om de boekhouding te controleren.
Rekening-courant
Een doorlopende vordering of schuld tussen partijen, bijvoorbeeld tussen de DGA en zijn BV.
Rekeningschema
De gestructureerde lijst van alle grootboekrekeningen die een onderneming gebruikt.
Reservering
Geld dat je apart zet voor toekomstige uitgaven of verplichtingen, zoals belasting of vervanging van een bedrijfsmiddel.
Resultatenrekening
Een overzicht van opbrengsten en kosten over een periode, eindigend met het resultaat (winst of verlies).
Saldo
Het verschil tussen de debet- en creditkant van een rekening; wat er per saldo overblijft.
Solvabiliteit
De mate waarin een onderneming op lange termijn aan haar verplichtingen kan voldoen; de verhouding eigen vermogen tot totaal vermogen.
Startersaftrek
Een verhoging van de zelfstandigenaftrek voor startende ondernemers in de eerste jaren.
Subadministratie
Een gedetailleerde deeladministratie, zoals de debiteuren- of crediteurenadministratie, onder een grootboekrekening.
Suppletie
Een correctie op een eerder ingediende btw-aangifte.
Termijnfactuur
Een factuur voor een deel van een opdracht, waarbij het totaalbedrag in termijnen wordt gefactureerd.
Toevoeging
Een bedrag dat je aan een reserve of voorziening toevoegt.
UBL
Universal Business Language: een standaardformaat voor elektronische facturen dat boekhoudpakketten automatisch kunnen verwerken.
Urencriterium
De eis van minimaal 1.225 uren per jaar voor je onderneming om recht te hebben op bepaalde ondernemersaftrekken.
Urenregistratie
Het bijhouden van gewerkte uren per project of klant, onder meer voor facturatie en het urencriterium.
Vaste activa
Bezittingen die langer dan een jaar in de onderneming worden gebruikt, zoals machines en panden.
Vaste lasten
Kosten die regelmatig terugkomen en weinig variëren, zoals huur, verzekeringen en abonnementen.
Vennootschapsbelasting (Vpb)
Belasting die rechtspersonen zoals een BV betalen over hun winst.
Verlies- en winstrekening
Zie winst-en-verliesrekening: het overzicht van opbrengsten en kosten dat eindigt met het resultaat.
Verzuimboete
Een boete van de Belastingdienst als je een aangifte of betaling te laat indient of doet.
Vlottende activa
Bezittingen die binnen een jaar in geld worden omgezet, zoals voorraad, debiteuren en liquide middelen.
VOF (vennootschap onder firma)
Een samenwerkingsvorm waarbij twee of meer ondernemers onder één naam een onderneming voeren en hoofdelijk aansprakelijk zijn.
Voorbelasting
De btw die je zelf over inkopen en kosten hebt betaald en die je mag verrekenen in je btw-aangifte.
Voorraadwaardering
De methode waarmee je de waarde van je voorraad op de balans bepaalt, bijvoorbeeld tegen inkoopprijs.
Voorziening
Geld dat je reserveert voor een toekomstige, redelijk in te schatten verplichting of risico.
Vorderingen
Bedragen die anderen nog aan de onderneming moeten betalen, zoals openstaande debiteuren.
WBSO
Een fiscale stimuleringsregeling die de loonkosten voor speur- en ontwikkelingswerk (R&D) verlaagt.
Werkkapitaal
Het verschil tussen vlottende activa en kortlopende schulden; de financiële ruimte voor de dagelijkse bedrijfsvoering.
Werkkostenregeling (WKR)
De regeling waarmee werkgevers onbelaste vergoedingen en verstrekkingen aan personeel binnen een vrije ruimte kunnen geven.
Winst-en-verliesrekening
Een overzicht van opbrengsten en kosten over een periode dat eindigt met het resultaat.
Winstmarge
Het deel van de omzet dat als winst overblijft, vaak uitgedrukt als percentage.
Zelfstandigenaftrek
Een vaste aftrekpost op de winst voor ondernemers die aan het urencriterium voldoen.
ZZP
Zelfstandige zonder personeel: een ondernemer die alleen werkt, zonder mensen in dienst.